Limozine is een onregelmatig onderhouden blog over aktuele en niet aktuele auto onderwerpen. Limozine is opgericht, geschreven en ontworpen door Peter van den Hoogen, COUP, Amsterdam

Meld je aan voor de Limozine nieuwsbrief
 
Naam:
 
Email:

door Peter van den Hoogen | 26-04-2010



Het is onduidelijk waar en wanneer het concept van de ruimtewagen ofwel Multiple Purpose Vehicle (MPV) precies is ontstaan. In Europa wordt de Renault Espace uit 1984 doorgaans beschouwd als de stamvader der MPV's, maar in werkelijkheid kent de ruimtewagen vele voorouders, waarvan de vroegste voorbeelden alweer een eeuw geleden werden gerealiseerd. Vast staat, dat Mario Bellini met zijn Kar-a-Sutra uit 1971 een voorzet heeft gegeven voor een hernieuwde belangstelling, die heeft geleid tot de doorbraak van de MPV in de jaren tachtig. Zijn studiemodel maakte onderdeel uit van Italy: The New Domestic Landscape, een tentoonstelling uit 1972 over italiaanse industriële vormgeving in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York.



Lezend in de catalogus van de tentoonstelling valt op dat Bellini er on-italiaanse gedachten op na hield als het om auto's ging. Al vanaf Filipo Marinetti kennen we de italianen immers als liefhebbers van snelheid, brullende motoren en gestroomlijnde sportcoupť's. Een volk dat mythische sportwagenmerken als Ferrari en Maserati voortbracht en dankzij talrijke 'carrozzeria' de vormgeving van de auto op de markt bepaalde. Die vormgeving lijkt vaak ingegeven te worden door de sportieve en prestatieve kanten van de auto en de rituelen die daarmee samenhangen, zoals accelereren, inhalen, aandacht trekken en lawaai maken. Allemaal zaken die betrekking hebben op de bestuurder in zijn gedroomde rol als autocoureur. Medepassagiers kunnen slechts stil zitten, met elkaar praten en een beetje rondkijken.


Bellini daarentegen zag vooral toekomst in een auto die functioneerde als een menselijke mobiele ruimte, waarin passagiers tegenover elkaar konden zitten, bewegen, uitrekken, liggen, opstaan, slapen, van de zon genieten, kaartspelen, eten, drinken, bagage vervoeren en zelfs sex hebben. Om dit alles binnen de afmetingen van een normale sedan te realiseren, was de Kar-a-Sutra voorzien van een monovolume (een carrosserievorm die zoveel mogelijk is opgezet als één grote binnenruimte). Bijzonder was, dat het dak 60 centimeter omhoog kon worden gelift, waardoor het mogelijk werd om in de auto op te staan en te lopen.


Het interieur bestond uit grote zachte stoelen die konden worden gedraaid, verplaatst en platgelegd. Die stoelen waren zo geconstrueerd dat ze flexibel de vorm konden aannemen van het menselijk lichaam in iedere gewenste stand, zonder dat daarbij hun verstevingsfunctie verloren ging. Afgaand op de naam van dit voertuig, krijgen we een idee welke bezigheden deze 'zitzakken' dienden te vergemakkelijken. Rondom kon het glas helemaal worden verwijderd waardoor het mogelijk werd om te zonnen, te jagen, te fotograferen en te filmen. Bij verwijdering van het glazen dak, konden ook hoge dingen meegenomen worden. Een soortgelijk idee was al eerder door Brooks Stevens toegepast op de Studebaker Wagonaire. Bij Studebaker sprak men vaak over het transporteren van een hoge koelkast, maar Bellini dacht eerder aan het vervoeren van een Giraf!

De Kar-a-Sutra was trouwens zelf al voorzien van een koelkast, maar ook van een prullenmand, en plateaus langs de binnenzijdes waarin spullen zoals kaarten, brillen, tasjes en glazen konden worden opgeborgen. Aan het plafond waren lichtpanelen en luchtsleuven bevestigd. Ondanks al deze huiselijke gemakken bleef Bellini benadrukken dat hij van de Kar-a-Sutra geen caravan of camper had willen maken. Hij beschouwde de caravan als een overdreven miniatuur van het vakantiehuis. Het grote verschil zat 'm in het feit dat een caravan een verplaatsbare omgeving is en de Kar-a-Sutra een omgeving in beweging.



Als we de beelden bekijken lijkt het daarbinnen een dolle boel met al die socializende mimespelers. Het vrijheid blijheid-gehalte druipt er vanaf en wekt de indruk dat Bellini met het streven naar een 'Mobile Human Space' slim gebruik heeft gemaakt van het populaire gedachtegoed van de hippie. Het idealiseren van rondtrekkende communes was 'hot' in die tijd. Ken Kesey, auteur van One Flew Over the Cuckoo's Nest was in 1964 met een wild opgeschilderde schoolbus vol rebelse, marihuana rokende, muziekmakende vrienden van de oostkust naar de westkust gereisd. De bus werd bestuurd door Neal Cassady, een vrijgevochten figuur die model had gestaan voor de hoofdpersoon in Jack Kerouac's On the Road (het boek speelde een cruciale rol in de totstandkoming van de amerikaanse jeugdcultuur). Kesey's busreis groeide uit tot symbool van de tegencultuur en in aansluiting daarop kochten hippies massaal volkswagenbusjes om met hun vrienden kleine reizende gemeenschappen te vormen, die de kapitalistische maatschappij de rug toekeerden en op zoek gingen naar een wereld van vrede en vernieuwing. Zoals later bleek, een weinig realistisch streven. Hetzelfde gevoel bekruipt je als je de foto's van de de Kar-a-Sutra bekijkt. De mimespelers lijken ons duidelijk te moeten maken dat we slechts naar een 'performance' kijken, die weinig met onze realiteit van doen heeft.

Niettemin onstond er wereldwijde aandacht voor Bellini's project. Het leverde hem vanaf 1978 een functie op als consultant bij Renault. Daarmee kwam dit idee een stapje dichter bij de realiteit, want uitgerekend daar, werd aan het begin van de jaren tachtig het ruimteconcept aangeboden dat zou leiden tot de Renault Espace. Het idee was via Fergus Pollock meegereisd van Chrysler naar Matra, waar het ontwerp werd uitgewerkt door Antonis Volanis onder leiding van Philipe Guédon. Matra verkocht het voorstel uiteindelijk aan Renault . Misschien niet toevallig dat de Espace, eenmaal onder de vleugels van Renault, binnen de korste keren werd getransformeerd in een voertuig dat opvallend veel overeenkomsten vertoonde met de Kar-a-Sutra...

 



boven: afdekplaten bovenop de motor en de bagageruimte dienden als bedden of opbergruimten en werden zodoende bij de interieurruimte betrokken. onder: het complete dak was in hoogte verstelbaar waardoor het mogelijk werd om op te staan.


Prototype fase.


De twee verschillende standen van het dak


Living in a box.


Niet zo verwonderlijk dat Citroën het project had gesponsord. Het merk had immers een uitgebreide aanhang onder anti-kapitalistische vrijkampeerders, dankzij de 2CV, het HY busje en de Mehari. Deze modellen hadden alledrie in mindere of meerdere mate een 'golfplaatcarrosserie', een stijlkenmerk dat terug te vinden is in de ribbels aan de buitenkant van de Kar-a-Sutra




Rond 1978 hing het idee van een ruimtewagen overal in de lucht. Het duurde tot 1984 voordat de eerste europese versie verscheen: de Renault Espace. Het was meteen de meest radicale variant op de markt. De voorruit van de Espace liep lijnrecht door in de motorkap terwijl andere vroege MPV's, zoals de Chrysler Voyager, nog een conventionele motorkap hadden. In de wetenschap dat Bellini destijds als consultant werkzaam was bij Renault, lijkt het geen toeval dat er veel overeenkomsten in model en verhouding aan te wijzen zijn tussen de Kar-a-Sutra en de Espace.


Het MoMA in New York heeft een aanzienlijke collectie produkten die zijn ontworpen door Mario Bellini. De Olivetti Logos 55 Printable Calculator lijkt door zijn wigvorm enigzins op de voorkant van de Kar-a-Sutra. De rekenmachine is dan ook van hetzelfde bouwjaar.


Eveneens in 1972, werd tijdens de Salone del Mobile in Milaan een bank van Bellini gepresenteerd, die overeenkomsten vertoont met de zitzakken uit de Kar-a-Sutra. Het ging om Le Bambole, ontworpen voor B&B Italia. Oliviero Toscani, later bekend van de spraakmakende campagnes voor Benetton en oprichter van het tijdschrift Colors, was verantwoordelijk voor de advertenties. Hij heeft kennelijk dezelfde kamasutra-achtige kwaliteiten van de bank willen aantonen. De foto's veroorzaakten destijds een schandaal. De directeur van de tentoonstelling liet de borsten afplakken met zwarte tape. Het schandaal genereerde veel free publicity; de stoel is sindsdien onafgebroken in produktie geweest. Ook deze stoel maakt deel uit van de collectie van het MoMA.

Vijf en dertig jaar later, ter gelegenheid van de opgewaardeerde Le Bambole serie in 2007, werden nieuwe publiciteitsfoto's gemaakt, wederom door Oliviero Toscani. Dit keer maakte hij gebruik van een 11 jarige poolse tweeling om strenge en vervreemdende beelden te creeren.