Autoblad voor gevorderden
Limozine is een onregelmatig onderhouden blog over auto's en daaraan gerelateerde onderwerpen.

Meld je aan voor de e-mail update
Naam:
 
E-mail:
 
 


Pierre Pothier met zijn unieke Panhard. (Parijs, 1953)

Een paar jaar geleden doken op eBay een aantal foto's op van een wonderbaarlijk voertuig; een nostalgisch futuristisch apparaat met glazen vleugeldeuren, die eerder thuis leek te horen in de stripverhalen van Robbedoes en Kwabbernoot, dan in het Parijse straatbeeld van de jaren vijftig (waar de foto's destijds werden genomen). Op de achterkant van één van de foto's was een tekstje geplakt waaruit bleek dat het ging om een unieke creatie uit 1953 op basis van een Panhard Dyna X87. Een zekere Pierre Pothier, die op de foto's is te zien, zou verantwoordelijk geweest zijn voor de vormgeving.

Uit het tekstje is verder op te maken dat de auto is gefotografeerd in de culturele wijk Saint-Germain-des-Près en dat Pothier in diezelfde wijk een stamgast was in de Club du Vieux Colombier, een bekende jazzkelder waar de toenmalige avant-garde rondhing. (luister naar een geluidsopname uit de kelder met swingend optreden van Sidney Bechet en Lionel Hampton, vanaf 05:48)

De foto's waren de afgelopen jaren weleens te vinden in autoquizzen op internet waarbij de speciale Panhard dienst deed als "mystery car". De oplossing luidde dan simpelweg Pothier Panhard, en daarmee was alles gezegd, want over deze Pothier viel verder niets te vinden.




Het tekstje achterop één van de foto's.

Er bleven dus veel vragen rondom de geschiedenis van deze auto onbeantwoord en dat was jammer want de carrosserie zag er niet uit als een standaard zelfbouwmodelletje.

Er ontstonden pas aanknopingspunten in de zaak toen een belgische autoliefhebber op een autoforum nog wat extra details over de auto wist te melden. Zo bleek Pothier de eigenaar van de auto te zijn geweest, maar had hij geen belangrijk aandeel in de vormgeving er van.



Bizarre grille van verchroomd aluminium.

Ook werden er nog twee nieuwe namen genoemd: de Parijse beeldhouwer Jean-Pierre Darnat, vriend van Pothier en mede eigenaar van de auto, en de Parijse ontwerper Serge Mouille. Darnat zou zich, gezien zijn beroep, bemoeid kunnen hebben met de vormgeving van de carrosserie, maar zeker is dat Mouille een belangrijk aandeel heeft geleverd aan het ontwerp.

Afgaande op hun beroepen, lijkt het waarschijnlijk dat de drie mannen in hun dagelijkse werk met elkaar te maken hadden; Darnat ontwierp etalagepoppen en Pothier richtte Parijse etalages in. Mouille, die toen nog hoofdzakelijk trapleuningen en kroonluchters vervaardigde, zou later wereldberoemd worden als ontwerper van handgemaakte designlampen.

In de biografieën over Mouille blijkt inderdaad melding gemaakt te worden van een auto, die hij samen met twee vrienden maakte, op basis van een Panhard Dyna. Deze creatie, die "Le Zebre" werd genaamd, werd vervaardigd uit duralinox, een lichtgewicht legering van aluminium en magnesium. In de bizarre vormen van de grille, opgetrokken uit verchroomd metaal, lijken we nog de invloeden te herkennen van het vak waartoe Mouille oorspronkelijk werd opgeleid: zilversmid.


Een carrosserie van lichtmetaal.

Het jaar 1953, waarin de auto werd gerealiseerd, zou voor Mouille het meest bepalende jaar in zijn carrière worden. De gelauwerde ontwerper Jacques Adnet huurde hem in om een serie lichtarmaturen te ontwerpen; een bezigheid waar Mouille de rest van zijn leven gefascineerd door zou blijven.

Van het ontwerpen van auto's zou nooit meer iets komen en dat is maar goed ook, want in tegenstelling tot zijn lampen, die tegenwoordig niets van hun kwaliteiten hebben verloren, blijken zijn ideeën op autogebied niet bepaald de tand des tijds te hebben doorstaan.

De achterkant lijkt te zijn geïnspireerd door een raket, compleet met straalmotor.


Zo overdadig als de vormgeving was van "Le Zebre", zo sober was die van het origineel: de Dyna X87 (ook wel Junior genaamd). Ook deze auto is tegenwoordig een zeer zeldzaam verzamelobject.

 


 





Serge Mouille (1922 - 1988) werkte vanaf 1937 als vijftienjarige in het atelier van de Parijse beeldhouwer Gabriel Lacroix, die bekend stond om het vervaardigen van dierfiguren. Vier jaar later studeerde hij af als zilver- en goudsmid aan de École des Arts Appliqués en vanaf 1945 gaf hij daar zelf les. Hetzelfde jaar startte hij een eigen praktijk waar hij voornamelijk trapleuningen, luchters en muurlampen vervaardigde.

Zijn carrière zou pas echt richting krijgen toen hij in 1953 werd benaderd door de beroemde ontwerper Jacques Adnet, die hem vroeg om een staande lamp te ontwerpen voor de grote open ruimtes in de huizen van zijn zuidamerikaanse klanten. Het resultaat kan gezien worden als een tegenreactie op de gecompliceerde, uit verschillende materialen vervaardigde, lampen uit Italië, die op dat moment razend populair waren.

Moulle's eerste lamp werd direct zijn beroemdste; een staande lamp met drie armen, uitkomend in borstvormige kapjes met tepels, een concept dat hij tot aan 1962 trouw zou blijven en dat gedurende de jaren vijftig door anderen op grote schaal gekopiëerd zou worden.



Lampadaire à trois bras de lumière (1953)

Vanaf 1956 werden de handgemaakte lampen van Mouille samen met werk van Charlotte Perriand en Jean Prouvé tentoongesteld in de Steph Simon Gallery in Parijs. Het leverde Mouille belangrijke opdrachten op: verlichting voor interieurs van Esso en Christian Dior.

Met de lancering van de Spoetnik, 's werelds eerste satelliet, brak 'The Space Age' aan. De visuele invloeden daarvan werden onmiddelijk zichtbaar in mode en vormgeving.



Bewegingen in de ruimte: diverse modellen tussen 1953 en 1962

Hoewel Mouille volgens eigen zeggen in de vormgeving van zijn lampen was beïnvloed door vrouwenlichamen (borsten en billen), sloot de vormentaal perfect aan op de nieuwe spoetnik-stijl, wat de popularitiet van zijn lampen ten goede kwam. Voor klanten betekende dat lange wachttijden. Acteur Henry Fonda had daar het geduld niet voor; hij kampeerde net zo lang op de stoep van Mouille's atelier tot hij werd binnengelaten en hij de ontwerper kon overtuigen een lamp voor hem te maken.

In 1962 introduceerde Mouille een tweede en laatste serie lampen, Colonnes genaamd. Zijn werk werd steeds populairder waardoor meubelfabrikant Knoll de lampen in productie wilde nemen, maar Mouille zag daar niets in. Hij bleef zijn lampen beschouwen als werk van een zilversmid: unieke creaties die met de hand gemaakt moesten worden. Bovendien bleken de karakters van Mouille en Florence Knoll te veel te botsen. Ook Vitra was geinteresseerd maar ook zij vingen bot.


Spoetnik lampen op de achtergrond, Les Colonnes op de voorgrond.

Mouille zelf kon op een bepaald moment de productie niet meer aan, temeer omdat hij daarnaast ook nog les gaf. Uiteindelijk besloot hij de productie van de lampen helemaal stop te zetten om zich volledig te kunnen concentreren op het docentschap.

Dat bleef hij tot aan zijn dood in 1988 doen. Na zijn dood probeerden fabrikanten nog productierechten te bemachtigen maar Gin, de weduwe van Mouille, zag er op toe dat dit nooit zou gebeuren.




Over Jean-Pierre Darnat is eigenlijk alleen bekend dat hij beeldhouwer was en etalagepoppen maakte. Zijn 'mannequins' werden in de jaren zestig en zeventig in aanzienlijke getale ingezet door het Parijse warenhuis Printemps, maar zijn volgens verzamelaars vandaag de dag bijna onmogelijk te vinden. Tenslotte is nog bekend dat later bijna identieke kopieën werden gemaakt in Korea door de firma Beaulieu Nanasai.




Darnat Girls (1968). Volgens het bijschrift zouden de kapsels beïnvloed zijn door de populaire musical Hair (1967).


Darnat Mannequin in een brochure van het Parijse warenhuis Printemps (1971).


Mannequin van Jean-Pierre Darnat in het bezit van een russische verzamelaar, die de pop restaureerde.


INGEZONDEN MEDEDELING

De aangewezen plek voor kenteken-o-logen